GEBOUWEN
De oudste gegevens dateren van 1176, in welk
jaar de kerk voor het eerst wordt genoemd als een tot de moederkerk
van Epe behorende kapel. De kapel in Oene is waarschijnlijk gesticht
in de tweede helft van de achtste eeuw. In die tijd was het Ludger
die als Evangelieprediker onder de priester Lebumus in Deventer
werkte en in de Usselstreek op diverse plaatsen bidkapellen stichtte.
In 1238 wordt de kapel van het kerspel Epe afgescheiden en verheven
tot zelfstandige parochiekerk. De hiervoor genoemde kapel is thans
nog terug te vinden in de vorm van het middenschip van de huidige
kerk, terwijl ook de ruimte onder de toren daartoe behoorde.
Zeer waarschijnlijk heeft er in 1238 tevens
een verbouwing van de 66nbeukige, Romaanse kapel plaatsgevonden,
waarbij het tufstenen gebouw en de toren met bakstenen zijn verhoogd.
Ook daarna onderging het kerkgebouw meerdere malen een wijziging.
Zo werden in de 15e eeuw de noorder- en de
zuiderbeuk en het zogenaamde koorgedeelte aangebouwd. Daarbij werden
de muren doorbroken, maar gedeelten bleven staan in de vorm van
pilaren. Doordat deze verbouwingen in Gotische trant plaatsvonden,
zijn in de kerk zowel de Romaanse als de Gotische bouwstijl verenigd.
In verband met de slechte toestand van de
toren was in 1806 een restauratie noodzakelijk. Bij deze restauratie
werd de toren tevens verhoogd tot ongeveer 30 meter (bovenkant haan).
In het begin van de dertiger jaren van de
vorige eeuw begon het aantal zitplaatsen problemen op te leveren.
Dit was voor de kerkvoogdij aanleiding plannen te laten ontwikkelen
voor een nieuwe kerk, waarbij het bestaande gebouw zou worden gesloopt
en tegen de te handhaven toren een nieuwe kerk gebouwd kon worden.
Door monumentenzorg werd in principe toestemming gegeven voor deze
sloop. Slechts op grond van het onmiddellijk na de tweede wereldoorlog
in werking getreden besluit wederopbouw kon worden voorkomen dat
het kerkgebouw werd gesloopt. De enige keus die toen overbleef was
een verbouwing. Deze verbouwing resulteerde in een aanbouw aan de
noordkant van de kerk. Hierdoor werd het aantal zitplaatsen met
230 uitgebreid en op ongeveer 500 gebracht. Op 17 augustus 1951
werd de uitgebreide kerk in gebruik genomen.
Van 1959 tot 1962 vond een algehele restauratie
van het oude kerkgebouw plaats. Daarbij kreeg het interieur tevens
de oude muurschilderingen en decoratieve versieringen terug. Deze
kostbare restauratie is mogelijk gemaakt door financiele medewerking
van Rijk, Provincie en de gemeente Epe. ledere zondag wordt de gemeente
naar de kerk geroepen door twee luidklokken. De grootste en historische
is in 1661 door Gerhard Schimmel en Roelof Hendriks gegoten. Deze
klok heeft een gewicht van ongeveer 300 kilo. In deze klok is naast
de namen van de vervaardigers het volgende opschrift gegraveerd:
"Looft den Heere uyt de Hemelen, looft Hem in de hoogste
plaatsen" (Psalm 148:1).
De geschiedenis van de Oener Kerk is nauw verbonden aan die van
het klooster Nazareth aan de Kloosterallee. Alleen de rouwborden
in de consistorie van de kerk herinneren nog aan dit in het begin
van de vorige eeuw afgebroken klooster. |