In de Consistorie (kerkenraadkamer) van de kerk in Oene hangen tegenwoordig meerdere rouwborden.
Waar komen deze rouwborden vandaan en wat is het verhaal erachter?
In oude tijden werden in de rouwstoet van adellijke personen wel zwarte vlaggen meegedragen. Ze waren beschilderd met de familiewapens. Na de begrafenis werden ze opgehangen in de kerk waar ze na enige tijd vergingen. Men is ze geleidelijk gaan vervangen door houten rouw-, familie- of wapenborden. Die hielden de herinnering aan de overledenen levend.
Het ophangen van rouwborden, met familiewapens en tekst of overlijdensdatum, aan de muren en pilaren van kerken werd gebruikelijk. Er waren veel kleine ruitvormige borden, die bij de begrafenis werden meegedragen, maar ook grotere borden.
Deze borden hingen ook in de kerk te Oene aan de pilaren in het huidige Hoenderrikke tot het in de dagen der vrijheid, gelijkheid en broederschap, omstreeks 1795, evenals alle andere wapenafbeeldingen verwijdert moest worden.
(De actie om wapenschilden uit kerken te verwijderen, begon rond 1795 in Nederland onder invloed van de Franse Revolutie, om de oude, ongelijke standenmaatschappij te breken en de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap te verwezenlijken.)
Toen werden er 7 borden uit de kerk van Oene aan Gerrit van Dompseler, die toen op het Klooster woonde, afgestaan. Het is niet bekend of er toen meer rouwborden waren dan deze 7. Het kan zijn dat er ook andere belanghebbenden waren die rouwborden van hun naasten hebben meegenomen.
Vijf ervan waren gemaakt ter herinnering van conventualen (Nonnen van het Klooster), 1 voor Gerrit ten Holte en één voor een andere ten Holte.
In 1881 liet de toenmalige bewoner van het Klooster ze pas weer terugbrengen. Vanaf toen versierden ze weer de muren van de gerfkamer van de kerk. (Gerfkamer is een oudere term voor een ruimte, vergelijkbaar met een sacristie, waar kostbaarheden of belangrijke kerkelijke voorwerpen bewaard werden, in de huidige Oener kerk het hoenderrikke genoemd)
Door de zorg van Ds. Jo(h)annes Noordink (Ds. Johannes Noordink predikant in Oene van 1873-1876 en van 1879-1882) werden ze in Zwolle gerestaureerd.
Het grootste rouwbord is ter nagedachtenis van Gerrit ten Holte (de vader ven Egberts ten Holte) die op 14 oktober 1664 overleed. Het wapen wat op dit rouwbord staat is geheel gelijk aan een zegel van 1547 van Gheryt then Holte, scholtz tot Eepp, met het randschrift S(Ghe)rit ten Holts.


Het andere bord met het wapen Ten Holte, is fraai en reliëf gesneden en blijkbaar ouder dan het eerste. Omdat het wapen hier verbonden is met dat van Markolff (een meerkol) zal het gemaakt zijn bij de dood van Gerrit ten Holte, schout van Epe, die gehuwd was met Josina Markolff . Misschien is hij dezelfde als de hiervoor genoemde, die in 1547 leefde, hoewel men ook een Gerryt then Holt, schultz tot Eep, aantreft die 12 September 1582 een quitantie (bewijs van schuldvoldoening) wegens schattingen aan de procuratrix (regelde de financiële en administratieve zaken voor het convent) van Nazareth (klooster Oene) Omdat de balk in het ene wapen Ten Holte zilver en in het andere blauw is, schijnt het niet onmogelijk, dat hij de laatste of wellicht een vorige restauratie der schilderijen een door den invloed van den tijd twijfelachtig geworden kleur verkeerd is overgeverfd.


Al de andere 5 borden hebben:
een familiewapen, dat in een ruit staat en een krans rondom de ruit en een kroon met 11 parels. Deze kronen met parels vertellen ons, dat we met adellijke of welgeboren kloosterlingen hebben te doen. De fonds (achtergrond) van alle rouwborden zijn zwart, omdat dit de kleur van rouw en overlijden symboliseert.
1e bord Het eerste rouwbord is van jonkvrouw Toe Boecop


2e bord rouwbord van het Utrechtse geslacht Van Coddenoort


3e bord Wanneer het derde wapen, in plaats van een zilveren hazewind met zwartgeboorden gouden halsband in een blauw veld, een zwarten hazewind met anders gekleurden halsband in een goud veld vertoonde, zou het dat van Cloeck of Van Roderlo (ook Van Ruerlo), beide Graafschapsche geslachten, kunnen zijn.


4e bord Op een ruitvormig schild tegen een zwarte achtergrond een wapen dat wordt gevoerd door de Utrechtse families Van de Beeck, Van Dolder en Van Weede [zes rode Franse lelies, 3, 2, 1]. Boven het schild een parelkroon. Om het schild heen een lauwerkrans.


5e Bord Tegen een zwarte achtergrond een ruitvormig schild met een wapen [doorsneden, boven: blad tussen links en rechts een zespuntige ster, op een rood veld, onder: een rood ankerkruis op een wit veld]. Boven het schild een parelkroon. Om het schild heen een lauwerkrans. onbekend van wie, al heeft het wel tekenen van het geslacht van Dompseler of Dompselaar of Dompselaer.


Oud gezegde
Apeldoorn hooge vest (gelegen op de hoge veluwe)
Voassen kraaiennest (drukte van belang, nest vol kraaien)
Epe is een stad (ook een grote plaats)
Heerde is nog wat (iets kleiner dan Epe)
Oene is ’n moddergat (het kleinste plaatsje)
